
15 Augustus 2009. Gent. Waar anders. Vrijgezellendag Jelle. De laatste dag van zijn oude leven. De eerste dag van mijn nieuwe leven. Zwischen Koren- en Groentenmarkt. Een spichtige en spiedende Miss Komkommer met koren op haar molenwiekende ledematen. Kom, hongerig en mager stadsduifje, kom. Dag vreemde vrouw. Vrouw met vele dromen. Onze tijd zal wel komen. Maar wisten wij toen veel. Ieder gaat zijn 's weegs. Ieder het ongehuwde levenseinde van respectieve kameraad/kameradin gaan vieren.
Een steak pepersaus, enkele Keizeren Karel, een handvol 'ambianceketen' waar geen weldenkende kat zich vertoont en enkele handen vol halveliters Jupiler later: "Jeetje, jij bent het! Dag Charlotte. Drankje? Dankje. Wiebenje?" Gepraat, gelachen, gedronken, gezwamd, gekennismaakt, geflirt (corrigeer je me hier even indien dit niet klopt, lief?), gepatersholfeest. En dan zond je me aan je voordeur weg. Gelukkig maar. Ga heen, beDuvelde jongeman, we'll meet again. Bis bald, S. Toet de noaste kji, C.
Drie maal de maancyclus later. 11 November. Wapenstilstand. Niks van. Koekenbak. Ligt zij in mijn armen. Ik in de hare. Vertel ik haar alles. Zij aan mij. Deel ik alles met haar. Zij met mij. "Proficiat, hoor. Maar waar zie je jullie binnen 2 jaar staan?" Is een vraag die me vriendelijk doch kordaat werd toegeworpen vanuit wel erg trouwlustige kringen. Stierenstront. Drie dagen. En dan nog drie. En dan nog eens. Ad infinitum desnoods, maar telkens drie dagen vooruitkijken en weten dat ik haar de volgende drie dagen ook graag zal zien.
Top over kloten verliefd, edele heren en dames van de jury. Als een onnozel kalf. Ik heb geen verweer. Het juiste meisje op de juiste plaats op het juiste moment. Zonder voorbedachte rade. Ik pleit schuldig. Ik zal mijn tijd met haar aanvaarden, al is het levenslang. Maar geef me eerst drie dagen. En dan nog eens. En dan nog eens. Ach.
Zij is mijn zoete zonde, zij is mijn zelige zielsverwante. Zij kent mij, zij begrijpt mij. Zij enthousiasmeert mij, orgasmeert mij en onbewust programmeert zij mij. Ze is mijn verre lieveling als ze mijn dichtbije lieveling niet is. Zonder wee- dan wel dee- laat staan tweemoedig te worden. Zij is de stralende lente op twee benen, zij is een hele wei vol dartel geveulente. Een weinig harige marmotte, die Charlotte. Zij is mijn epoustiflante bevlekte allochtone Professor Doctor in de Neurologie to be.
Zij is mijn lief. Voor de volgende drie dagen.

0 reacties:
Een reactie plaatsen